Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
A: Hierbij doe ik aangifte van brandstichting. De veiligheid van mijn gezin en mijn woning en auto is door de brandstichting opzettelijk in gevaar gebracht. Ik woon in een straatje waarin de woning heel dicht op elkaar staan, waar een eventuele brand heel snel zou kunnen overslaan naar andere woningen. Mijn auto stond heel dicht op mijn woning geparkeerd in het parkeervak.
Ik zag ter plaatse dat de Tesla in de brand stond. Ik heb toen tegen de politiemedewerker gezegd: ik stond hier vier weken geleden ook al met eenzelfde soort brand, en met dezelfde benadeelde. Tevens zei ik dat het een zelfde soort mo betrof, echter zag ik dat het nu de bijrijderszijde betrof en de vorige keer de bestuurderszijde. Verder was het exact dezelfde brand. De auto stond de vorige keer, 4 weken geleden, op dezelfde wijze geparkeerd.
Vorige keer had ik gezien dat het boven het wiel aan de bestuurderszijde begonnen was. Ik zag dat het nu precies hetzelfde was, alleen dan aan de andere kant van de auto. Ik zag dat de brandgaten ter hoogte van het wielkast hetzelfde was echter was deze nu iets groter. Ik heb een warmtebeeldcamera uit de auto gehaald. Ik heb deze gericht op de voorzijde van het voertuig. Ik zag toen duidelijk dat aan de bijrijderszijde een zogenoemde hotspot zichtbaar was, boven het wiel, waar de meeste schade was.
Ik heb vervolgens contact gehad met de eigenaresse. Ik heb haar aangegeven dat wij als brandweer in de woning van haar wilden kijken of het veilig was om deze te betreden. Toen mijn collega's terug kwamen na de verkenning gaven zij aan dat de bovenverdieping volstond met blauwe rook. Hierna heb ik bij de eigenaresse aangegeven dat het niet raadzaam was om de woning te betreden. Hierop heeft zij ergens anders overnacht met haar kinderen. Ik heb vervolgens nog gekeken om de woning naar nevenschade. Ik zag toen dat er twee glazen van de woning gesprongen waren van de warmte, de vorige keer betrof dit één raam. Ik zag ook dat het schilderwerk van de kozijnen was aangetast door de hitte van de brand. Dit zag ik doordat het witte schilderwerk, geel was uitgeslagen.
Toen wij ter plaatse kwamen zag ik een deels ontwikkelde brand in het motorcompartiment. Die na dat wij ter plaatse waren snel uitbreidde naar het interieur van de auto. Ik hoorde en zag dat het glazenzonnedak van de auto sprong, vermoedelijk door de warmte.
V: Hoe warm was het in de omgeving van de auto?
A: warm, als de glazen van een woning klappen zijn is het echt warm geweest. Ik denk dat het misschien wel 300 tot 400 graden is geweest in de directe omgeving van de auto.
V: Hoe ver stond de auto geparkeerd van de woning?
A: Ik vermoed minder dan l meter. Als de brand langer had gewoed. Dan had de brand hoogstwaarschijnlijk overgeslagen naar de woning. De ramen waren al gesprongen en het had niet veel langer geduurd voordat de brand had kunnen overschieten naar de woning. Dus de gevaarzetting was zeer groot. Dit betrof de woning aan de [straatnaam] te Joure.
Bij het onderzoek plaats delict werden met behulp van de zogenaamde PID meter, in de
brandresten en onderstraatklinkers, (lichte) aanwijzingen aangetroffen van de aanwezigheid van brandversnellende middelen. Van de brandresten en van de grond onder de straatklinkers werd een monster genomen voor nader onderzoek.
In de velg van de rechtervoorband werd een oranje stuk textiel aangetroffen. Dit stuk textiel werd veiliggesteld voor nader onderzoek. Bij navraag bij Tesla Nederland, bleek dat dit stuk textiel niet werd herkend al een (stuk) van een onderdeel van Tesla.
Op 21 juni 2018 werd er door het NFI gerapporteerd. De conclusie van het uitgevoerde onderzoek was samengevat: In het monster zijn vluchtige stoffen aangetoond, waaronder diverse vluchtige stoffen die vrijkomen bij verbranding of verhitting van kunststof.
Daarnaast zijn op een relatief laag concentratieniveau enkele vluchtige stoffen
aangetoond die een aanwijzing geven voor de aanwezigheid van motorbenzine of
alkylaatbenzine. Tevens is de vluchtige stof ethanol aangetoond.
Op de plaats delict werd met de PID meter een lichte aanwijzing aangetroffen voor de aanwezigheid van brandversnellende middelen. Uit het onderzoek van het NFI van de
brandmonsters bleek dat er op een relatief laag concentratieniveau enkele vluchtige stoffen zijn aangetoond die een aanwijzing geven voor de aanwezigheid van motorbenzine of alkylaatbenzine.
brandstichting, gepleegd tussen 18 april 2018 te 17:45 uur en 19 april 2018 te 02:30 uur. Het onderzoek is verricht in een openbare weg/-water (weg) bij [benadeelde partij] te [straatnaam] , [woonplaats] , binnen de gemeente De Fryske Marren.
De voorruit en het zonnedak van de auto waren kapot, zeer waarschijnlijk geknapt door hitte-inwerking. De rechtervoorband was deels weggebrand. In het rechtervoorwiel zagen wij, tussen de velg en het daarachter gelegen remblok, een oranje stuk textiel zitten. De textiel was deels gesmolten.
Wij zagen een verkleuring en roetafzetting op de kozijnen en op de dakgoot van [nummer] .
Indien de autobrand niet was geblust door de brandweer, was er een gerede kans dat deze, gelet op de schade aan de woning, was overgeslagen naar de woning, [straatnaam] .
Gelet op het tijdstip van de brand en het feit dat de aangeefster in de woning lag te slapen, was er gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten geweest.
A: Ik ben er heengereden en heb het gedaan. Ik had half om half olie en benzine in een leeg AA-flesje gedaan. Ik gooide het over de band en over de ruitenwisser. Ik heb een hoeveelheid benzine/olie besprenkeld. Ik deed dit aan de bestuurderskant over de band en de ruitenwisser. Ik stak de brand aan met een aansteker.
V: Wat zag je toen?
A: Een vlammetje. Als je dat met olie doet, wordt het geen steekvlam. Ik deed dit gewoon met motorolie. Het was niet mijn bedoeling om die hele auto af te branden. Als het er maar wat op leek. In dat weekend daarop ben ik naar [verdachte] gereden en heb het geld bij hem opgehaald. [verdachte] zei dat ik het goed gedaan had. [verdachte] vroeg me op een gegeven moment nog een keer langs te komen. Ik ging naar het huis van [verdachte] . [verdachte] zei dat er nu gedacht werd dat het een technisch mankement was. Het moest wel op een brandstichting lijken. Ik vroeg waarom dat nu moest. [verdachte] begon mij wat te paaien. Hij zei dat ik wel met hem mee kon naar zijn plantjes. Voor het geld heb ik het nog wel een keer gedaan. [verdachte] bemiddelde hierin. Hij haalde het geld en betaalde me dat.
zei: “Ik geef je gelijk geld”. Voordat ik de auto in brand stak kreeg ik de 1500 euro al. Bij de tweede keer had men door dat het brandstichting was, zoals de bedoeling was.
V: Hoe wist je welke auto je nu in de brand moest steken?
A: [verdachte] zei dat ik een andere auto in de brand moest steken. Hij zei: wel weer een Tesla en op hetzelfde adres. Ik had een flesje AA weer mee. In het flesje AA zat een mengsel met olie en benzine. Ik zou een doek op de band gooien en dan aan de andere kant. Ik heb een poetsdoek gebruikt. Het was een oranje stukje stof. Ik had die 1500 euro toen al. Hij zei dat het niet direct hoefde, maar het moest binnenkort wel gebeuren. Ik zette op een avond de auto bij de bank neer en liep hetzelfde pad. Er stond een Tesla op dezelfde plek. Ik stak de auto aan de passagierskant bij de band weer in brand, aan de kant van de woning.
V: We hebben een stukje stof aangetroffen in de wielkast. Kan het kloppen dat jij dat daarin hebt gestopt?
A: Ja.
A: Ik ben naar huis gegaan en ben de volgende dag gewoon aan het werk gegaan bij Ouwekerk. Daarna ben ik nog naar de hennepkwekerij mee geweest in Leeuwarden.
V: Er is een berichtje geweest van [verdachte] naar jou met de tekst: Laaje lichter. Dit was op 18 mei 2018. Diezelfde dag schreef [verdachte] jou ook een berichtje; Klusj v j
A: Dat had hiermee te maken, natuurlijk.
V: Waarom moesten die auto's in brand?
A: Omdat zijn kameraad problemen had. Het ging zo van: Die vieze vuile nog wat, die heeft alles verkocht en dat had veel geld gekost.
A: Hij belde me dan wel. We hebben het 1 keer over de brand gehad. [verdachte] zei: "Het is goed gelukt. Er zit nu onderzoek op”.
V: Je bent met [verdachte] naar een hennepkwekerij geweest. Waar was die?
A: Die was ergens op het Vliet in Leeuwarden. Dit was een hennepkwekerij in opbouw.
Te zien is dat de telefoon op 3 maart 2018 te 15.14 uur eerst gebruik maakt van een telefoonmast in Heerenveen, alvorens deze overgaat naar een mast in Joure.
Op 5 maart 2018 te 01:44 uur maakt de telefoon gebruik van een mast aan het [straatnaam] te Joure. Dit betreft de mast op de locatie [straatnaam] te Joure. De brand die nacht werd te 01:58 uur ontdekt/gemeld. De plaats van de mast is volgens Google Maps op 2 minuten loopafstand verwijderd van de [straatnaam] te Joure (170 meter).
Te zien is van welke masten de telefoon in de periode van 26 november 2017 tot en met 25 mei 2018 gebruik heeft gemaakt in het noorden van Nederland. In deze periode heeft de telefoon viermaal gebruik maakt van een mast in Joure, te weten op 3 en 5 maart 2018.
Bewezenverklaring
giften, beloften en het verschaffen van inlichtingen
,immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode toen en aldaar opzettelijk die [medeverdachte 1]
giften, beloften en het verschaffen van inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode toen en aldaar opzettelijk die [medeverdachte 1]
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.