Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procesgang
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
Gewijzigde omstandigheden
5.De beslissing
woensdag 17 maart 2021in tegenwoordigheid van de griffier.
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De man en vrouw zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. De man is later een geregistreerd partnerschap aangegaan, waardoor hij ook onderhoudsplichtig werd voor zijn stiefkinderen. De man verzocht de rechtbank om de kinderalimentatie te wijzigen, waarbij hij stelde dat gemaakte afspraken anders uitgelegd moesten worden en dat zijn onderhoudsplicht was uitgebreid.
De vrouw betwistte dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden, maar de rechtbank oordeelde dat het geregistreerd partnerschap wel degelijk een wijziging van omstandigheden opleverde. De gemaakte afspraken werden uitgelegd aan de hand van de Haviltex-norm, waarbij werd vastgesteld dat partijen niet hadden gerekend met de onderhoudsplicht voor stiefkinderen in het overeengekomen bedrag.
De rechtbank stelde de behoefte van de kinderen vast en bepaalde de behoefte van de stiefkinderen op basis van een redelijke middeling van de door partijen opgegeven bedragen. Vervolgens werd de draagkracht van de man, vrouw en haar partner berekend volgens de landelijke normen. De draagkracht van de man werd naar rato verdeeld over zijn biologische kinderen en stiefkinderen.
De rechtbank bepaalde dat de man vanaf 5 februari 2020 tot 18 februari 2020 een bijdrage van €275 per kind per maand moest betalen en vanaf 18 februari 2020 €323 per kind per maand. Het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen in proceskosten werd afgewezen omdat geen misbruik van recht was vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de kinderalimentatie en bepaalt dat de man vanaf 18 februari 2020 €323 per kind per maand moet betalen.