ECLI:NL:RBNNE:2022:1020
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep vergoeding waardedaling woning door mijnbouw wegens ontbreken cessie
Eiser vordert vergoeding van waardedaling van een woning als gevolg van mijnbouwschade. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat reeds een vaststellingsovereenkomst met de NAM is gesloten, waarmee de schade is vergoed. Eiser stelt dat zijn ex-partner haar aanspraak op vergoeding middels cessie aan hem heeft overgedragen.
De rechtbank overweegt dat de Tijdelijke wet Groningen de bevoegdheid van verweerder beperkt indien over dezelfde schade al een vaststellingsovereenkomst is gesloten, tenzij bijzondere omstandigheden onbillijkheden van overwegende aard veroorzaken. Dit is niet gebleken.
De kernvraag is of de ex-partner haar aanspraak op vergoeding heeft overgedragen aan eiser. De rechtbank oordeelt dat artikel 3:94 BW Pro voldoende bepaaldheid vereist voor cessie en dat de akte van verdeling te algemeen is om cessie aan te nemen. Er is geen andere overeenkomst die cessie bevestigt.
Daarom kan eiser geen aanspraak maken op de vergoeding die aan de ex-partner toekomt. De ex-partner kan zelfstandig een aanvraag indienen, maar dat is niet gebeurd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de overige gronden blijven onbesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen cessie van aanspraak op waardedalingsvergoeding is vastgesteld.