Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 5 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 39.338 aangegeven. Eiser heeft onder de eigenwoningregeling als saldo van inkomsten en aftrekposten eigen woning een bedrag van -/- € 1.153 aangegeven. Eiser heeft bij het resultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen een bedrag van -/- € 128.991 aangegeven, dat als volgt is opgebouwd:
Gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag wordt een eventueel verlies vastgesteld (artikel 3.151 van de Wet IB 2001). U verzoekt derhalve om de aanslag vast te stellen en daarmee een eventueel verlies. Het doen van aangifte is echter geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
In uw brief van 24 maart 2021 schrijft u dat er nog geen aanslag over 2018 is vastgesteld. Echter klient gaf mij telefonisch door dat het V.I. over 2018 op € 0 was vastgesteld en alle voorheffing(en) terug ontvangen waren. Derhalve verzoek ik de ingebrekestelling af te werken.”
Beslissing
mr. M.A. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 april 2022.