ECLI:NL:RBNNE:2022:1219

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
7 april 2022
Publicatiedatum
19 april 2022
Zaaknummer
182959
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 3:3 WvggzArt. 3:4 WvggzArt. 5:15 WvggzArt. 5:17 lid 4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot zorgmachtiging wegens onvoldoende onderbouwing psychiatrische stoornis

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 7 april 2022 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. De rechtbank nam kennis van diverse medische en justitiële stukken, waaronder een medische verklaring, zorgplan en bevindingen van een geneesheer-directeur.

Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij betrokkene en zijn advocaat aanwezig waren, werd vastgesteld dat betrokkene mogelijk lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en schizofreniespectrumstoornissen. Echter, de rechtbank oordeelde dat uit de overgelegde stukken en de mondelinge toelichting onvoldoende is gebleken dat er sprake is van een psychische stoornis die leidt tot dreigend ernstig nadeel.

De medische verklaring van een onafhankelijke psychiater was gebaseerd op indirecte aanwijzingen, omdat betrokkene geen onderzoek toestond. Betrokkene betwistte inhoudelijk de aanwijzingen die op een stoornis duiden. Gezien deze betwisting en de aard van de aanwijzingen concludeerde de rechtbank dat niet voldaan is aan de criteria voor verplichte zorg.

Daarom wees de rechtbank het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van een psychiatrische stoornis met dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
Zaak-/rekestnr.: C/17/182959 / FA RK 22-245
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van
7 april 2022naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] ,
briefadres: [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. F.H. Gart, kantoorhoudende te Leeuwarden.

1.Het procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de officier van justitie, ingekomen bij de griffie op 10 maart 2022, en van de volgende bijlagen:
  • de medische verklaring d.d. 1 maart 2022;
  • de zorgkaart met bijlagen d.d. 8 maart 2022;
  • het zorgplan met bijlagen d.d. 7 maart 2022;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur als bedoeld in artikel 5:15 Wvggz Pro en het door de geneesheer-directeur opgestelde voorstel voor een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 5:17 lid 4 Wvggz Pro d.d. 8 maart 2022;
  • politiegegevens als bedoeld in de Wet Politiegegevens;
  • strafvorderlijke en justitiële gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
  • een verklaring van de griffie dat het curatele- en bewindregister ten aanzien van betrokkene geen gegevens bevat.
1.2.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de volgende stukken:
- brief van betrokkene aan de rechtbank d.d. 5 april 2022;
- e-mail van betrokkene aan de rechtbank d.d. 5 april 2022;
- e-mail van de advocaat van betrokkene aan de rechtbank d.d. 5 april 2022.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 april 2022, bij GGZ Friesland, [locatie] Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door mr. F.H. Gart;
  • [naam] psychiater en zorgverantwoordelijke.
De officier van justitie is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2. De beoordeling
2.1.
De rechter kan op verzoek van de officier van justitie een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en Pro 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.
Wanneer het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, mits er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er geen minder bezwarende alternatieven zijn, het verlenen van verplichte zorg evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.
Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door een psychische stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen.
2.2.
Volgens de overgelegde stukken zou betrokkene lijden aan een psychische stoornis, in de vorm van neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De rechtbank is echter van oordeel dat uit de overgelegde stukken en hetgeen ter mondelinge behandeling naar voren is gekomen, niet voldoende is komen vast te staan dat er sprake zou zijn van een psychische stoornis waar dreigend ernstig nadeel uit voortvloeit.
2.3.
Bij de stukken bevindt zich de medische verklaring van de onafhankelijk psychiater. Uit deze verklaring is op te maken dat de onafhankelijk psychiater betrokkene niet heeft kunnen onderzoeken, mede omdat betrokkene bij de deur aangaf niet gediend te zijn van bemoeienis door de GGZ. Betrokkene heeft ter zitting over deze opstelling uitleg gegeven. De onderbouwing dat sprake zou door psychische stoornis is vervolgens gebaseerd op de achterliggende stukken van de GGZ. Uit die stukken komen volgens de onafhankelijk psychiater diverse aanwijzingen naar voren die op de stoornis duiden, bijvoorbeeld (niet limitatief) dat betrokkene een zwervend bestaan heeft, geen daginvulling en afwerend is jegens hulpverlening. Ter zitting heeft betrokkene gemotiveerd de diverse aanwijzingen betwist. Gelet op deze inhoudelijke betwisting, in combinatie met de aard van de aanwijzingen, is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende gesteld is om een psychiatrische stoornis aan te nemen.
2.4.
Nu de rechtbank van oordeel is dat er geen sprake is van een psychische stoornis waar dreigend ernstig nadeel uit voortvloeit, is daarmee niet voldaan aan de criteria van de wet Wvggz. Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging zal dan ook worden afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijst het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af.
Deze beschikking is gegeven op 7 april 2022 door mr. G.J. Baken, rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2022, en op 14 april 2022 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
..
fn. 896
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.