Uitspraak
subsidiairpoging tot opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
primairopzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, meermalen gepleegd;
2.Meewerken aan reclasseringstoezicht
- Veroordeelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodigis.
- Veroordeelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien.- Veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan
- Veroordeelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is.
- Veroordeelde werkt mee aan huisbezoeken.
- Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling doorandere instellingen of hulpverleners.
- Veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.- Veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht.
3.Niet naar het buitenland
4.Opname in een zorginstelling
5.Ambulante behandeling
6.Meewerken aan time-out
7.Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
8. Alcoholverbod
- Wijst de vordering van de benadeelde partij
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en tenbehoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
- Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeeldepartij 4] te betalen een bedrag van € 714,78 (zegge: zevenhonderdveertien euro en achtenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 februari 2021, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 14 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 289,78 aan materiële schade en € 425,00 aan immateriële schade.
- Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat tenbehoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 4] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Feit 4
[benadeelde partij 6]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 3.927,18(zegge: drieduizend negenhonderdzevenentwintig euro en achttien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en tenbehoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
- Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeeldepartij 6] te betalen een bedrag van € 3.927,18 (zegge: drieduizend negenhonderdzevenentwintig euro en achttien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2021, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 49 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 2.927,18 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade.
- Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat tenbehoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 6] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
- Wijst de vordering van de benadeelde partij
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en tenbehoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
- Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeeldepartij 7] te betalen een bedrag van € 1.300,00 (zegge: dertienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2021, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 23 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 1.300,00 aan immateriële schade.
- Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat tenbehoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 7] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
- Wijst de vordering van de benadeelde partij
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en tenbehoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
- Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeeldepartij 8] te betalen een bedrag van € 1.000,00 (zegge: duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2021, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 20 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 1.000,00 aan immateriële schade.
- Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat tenbehoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 8] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Feit 6
- Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 10] toe tot na te meldenbedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.582,04 (zegge: duizend vijfhonderdtweeëntachtig euro en vier cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juni 2020.
- Verklaart de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 10] voor het overige nietontvankelijk. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en tenbehoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
- Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeeldepartij 10] te betalen een bedrag van € 1.582,04 (zegge: duizend vijfhonderdtweeëntachtig euro en vier cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juni 2020, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 25 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 582,04 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade.
- Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat tenbehoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 10] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
- Bepaalt dat de vordering van de benadeelde [benadeelde partij 15] niet-ontvankelijk is en dat dezeslechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
- Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.
Ad info feit 11
- Wijst de vordering van de benadeelde partij
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en tenbehoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
- Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeeldepartij 11] te betalen een bedrag van € 695,00 (zegge: zeshonderdvijfennegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2020, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 13 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 95,00 aan materiële schade en € 600,00 aan immateriële schade.
- Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat tenbehoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 11] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ad info feit 12
- Wijst de vordering van de benadeelde partij
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en tenbehoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
- Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeeldepartij 12] te betalen een bedrag € 5.800,00 (zegge: achtenvijftighonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2020, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 64 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 5.800,00 aan materiële schade.
- Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat tenbehoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 12] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ad info feit 13
- Wijst de vordering van de benadeelde partij
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en tenbehoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
- Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeeldepartij 13] te betalen een bedrag € 1.039,64 (zegge: duizend negenendertig euro en vierenzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2020, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 20 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 1.039,64 aan materiële schade.
- Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat tenbehoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 13] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ad info feit 14
- Bepaalt dat de vordering van de benadeelde [benadeelde partij 16] niet-ontvankelijk is en dat dezebij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
- Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.
Ad info feit 16
- Wijst de vordering van de benadeelde partij
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en tenbehoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
- Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeeldepartij 14] te betalen een bedrag € 2.790,00 (zegge: zevenentwintighonderdnegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2021, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 37 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 2.790,00 aan materiële schade.
- Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat tenbehoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 14] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.