Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
3.Het verzoek
5.Beslissing
15 april 2022in tegenwoordigheid van de griffier.
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De moeder verzocht om herstel van het gezag over haar dochter, die sinds 2008 uit huis is geplaatst en bij pleegouders woont. De moeder stelt dat zij haar leven heeft verbeterd en klaar is om de opvoeding op zich te nemen. De voogd en pleegouders betwijfelen dit en wijzen op incidenten waarbij de moeder stiekem contact had met de minderjarige en haar liet liegen.
De rechtbank overweegt dat het perspectief van de minderjarige bij het pleeggezin ligt en dat zij daar goed gehecht is. Hoewel de wens van de minderjarige om bij de moeder te wonen wordt erkend, is dit niet doorslaggevend. De moeder heeft onvoldoende aangetoond dat zij de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding duurzaam kan dragen, mede gezien de eerdere verwaarlozing en het huiselijk geweld.
De rechtbank wijst het verzoek af omdat herstel van het gezag niet in het belang van de minderjarige is. Ook een proefplaatsing of nader onderzoek acht de rechtbank niet wenselijk. De moeder wordt opgeroepen de teleurstelling niet over te brengen op de minderjarige en de voogd zal blijven werken aan een passende omgangsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herstel van het gezag over de minderjarige wordt afgewezen omdat het belang van het kind bij stabiliteit in het pleeggezin zwaarder weegt.