Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
- eigen risico zorgverzekering € 385,00
- beschadiging telefoon € 100,00
- verlies geld en OV-kaart € 125,00
- verlies vergoeding dagbesteding € 180,00
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een werkstraf voor de duur van 120 uren.
een jeugddetentie voor de duur van 183 dagen
een gedeelte, groot 180 dagen,niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
twee jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van een ofmeer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en methet vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
- zich meldt bij de jeugdreclassering zo lang en zo vaak als de jeugdreclassering dat nodig vindt;
- meewerkt aan diagnostiek en behandeling van de GGZ-jongvolwassenen of een soortgelijkeinstelling, te beoordelen door de jeugdreclassering, waarbij veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen die hem in het kader van die diagnostiek/behandeling door of namens de instelling of behandelaar zullen worden gegeven, zo lang de jeugdreclassering dit nodig vindt;
- gedurende de proeftijd meewerkt aan het volgen van onderwijs of werk heeft, dan weldagbesteding heeft;
- geen alcohol en drugs gebruikt en meewerkt aan urinecontroles om te controleren of hij zich aan ditverbod houdt, wanneer de jeugdreclassering dat nodig vindt.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
- het bedrag van € 3.070,13 (zegge: drieduizendzeventig euro en dertien eurocent);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 november 2021 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op € 15,40.