Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Parketnummer 18-272183-21 1
2, Van [naam]
3, [naam]
4, [naam]
5en [naam]
6, de aangifte van [naam] namens [bedrijfsnaam]
7, de kennisgeving van inbeslagneming
8, het proces-verbaal
9en de bekennende verklaring van verdachte
10blijkt genoegzaam dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals hierna is bewezen verklaard. De rechtbank acht onvoldoende bewijs aanwezig voor het oordeel dat verdachte met het keukenmes dat hij ten tijde van het feit bij zich droeg heeft gedreigd, zodat hij voor dit gedeelte van de tenlastelegging onder 1 zal worden vrijgesproken.
Parketnummer 18-224899-21 11
12en de bekennende verklaring van verdachte
13blijkt genoegzaam dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals hierna is bewezen verklaard.
Parketnummer 18-299295-21 14
15, de kennisgeving van inbeslagneming
16, het proces-verbaal van bevindingen
17en de bekennende verklaring van verdachte
18blijkt genoegzaam dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals hierna is bewezen verklaard.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Parketnummer 18-272183-21
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Beslag
Benadeelde partij
–vertegenwoordigd door [naam] – heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 33.619,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gedeelte, groot 120 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen vaneen of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van hetWetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.