ECLI:NL:RBNNE:2022:151
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens drugshandel
De burgemeester van de gemeente Smallingerland heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van de woning van verzoeker voor drie maanden, vanwege de aanwezigheid van een grote hoeveelheid softdrugs en middelen die duiden op drugshandel.
Verzoeker betwist de bevoegdheid van de burgemeester en stelt dat de hennep medicinaal wordt gebruikt en niet bestemd is voor verkoop. De voorzieningenrechter oordeelt dat bij een handelshoeveelheid drugs in een woning mag worden aangenomen dat de woning een rol speelt in drugshandel, ongeacht het THC-gehalte.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de sluiting geschikt, noodzakelijk en evenredig is om de woning aan het drugscircuit te onttrekken. Hoewel verzoeker gedetineerd is en problemen heeft met het onderbrengen van zijn honden, wegen deze belangen niet op tegen het belang van de openbare orde.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de sluiting van de woning voor drie maanden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.