ECLI:NL:RBNNE:2022:1535
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsvermoeden mijnbouwschade weerlegd wegens andere oorzaak gevel- en kapconstructieschade
Eiser diende een schadevergoeding in voor aardbevingsschade aan zijn woning, waarna verweerder een vergoeding toekende. Na bezwaar werd de vergoeding verhoogd, maar eiser bleef ontevreden en stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW dat schade door bodembeweging door mijnbouwactiviteiten wordt vermoed. Verweerder heeft dit vermoeden weerlegd door deskundigenrapporten die een andere oorzaak voor de schade aanwijzen, namelijk thermische werking en spatkrachten vanuit de kapconstructie.
De rechtbank concludeert dat de deskundigen voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de schade aan de gevel en kapconstructie niet door mijnbouwactiviteiten is veroorzaakt. De contra-expertise van eiser biedt onvoldoende concrete aanknopingspunten om aan de juistheid van deze conclusie te twijfelen.
Ook is geoordeeld dat een tweede locatiebezoek niet noodzakelijk was en dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft waarom dit achterwege bleef. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat het bewijsvermoeden van mijnbouwschade terecht is weerlegd.