ECLI:NL:RBNNE:2022:1649
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens gegronde weerlegging bewijsvermoeden mijnbouwschade woning
Eiser diende een aanvraag in voor vergoeding van schade aan zijn woning veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld. Verweerder wees de aanvraag af op basis van deskundigenrapporten die andere oorzaken voor de schade vaststelden dan bodembeweging door gaswinning.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW niet was weerlegd, mede omdat de woning in 1982 onder begeleiding van een gerenommeerd constructiebureau was gebouwd. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich terecht baseerde op objectieve en onpartijdige adviezen van deskundigen die aantoonbaar andere oorzaken voor de schade aanwezen.
De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift van eiser niet tijdig was ingediend, maar dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege corona-gerelateerde omstandigheden. Inhoudelijk bood de stelling van eiser onvoldoende aanknopingspunten om te twijfelen aan de deskundigenrapporten.
De rechtbank concludeerde dat het bewijsvermoeden voor alle schades was weerlegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bewijsvermoeden mijnbouwschade terecht is weerlegd.