ECLI:NL:RBNNE:2022:1656
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsvermoeden en herstelkosten bij mijnbouwschade aan woning en aanbouw
Eisers, eigenaren van een woning, vorderden vergoeding van aardbevingsschade veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten. Verweerder kende een schadevergoeding toe, maar wees bezwaar van eisers af. Eisers stelden dat het bewijsvermoeden voor bepaalde schades aan de aanbouw onvoldoende was weerlegd en dat herstelkosten voor verergering van schades ten onrechte niet werden toegekend.
De rechtbank overwoog dat verweerder zich baseerde op onafhankelijke deskundigen die concludeerden dat de schades aan de aanbouw veroorzaakt waren door ongelijke zetting door verschillende funderingen en niet door mijnbouwactiviteiten. Eisers slaagden er niet in voldoende twijfel te zaaien aan deze conclusies. Ook het onderzoek naar verdichtingsgevoeligheid van de ondergrond ondersteunde de conclusie dat trillingen door mijnbouw geen schade veroorzaakten.
Ten aanzien van herstelkosten voor verergering van schade oordeelde de rechtbank dat eventuele verergering slechts een bredere scheur betrof zonder extra herstelkosten. De stelling van eisers dat verergering gelijkgesteld moet worden aan het veroorzaken van schade werd verworpen omdat dit alleen het bewijsvermoeden betreft en niet de begroting van herstelkosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees proceskostenvergoeding af. Eisers kunnen binnen zes weken beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.