De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het op 26 mei 2021 in een pand te Meppel voorhanden hebben van diverse materialen bestemd voor het plegen van strafbare feiten volgens artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet. Daarnaast is verdachte schuldig bevonden aan het witwassen van een geldbedrag van €36.680,- in de periode van 6 januari tot 7 juni 2021, bestemd voor het opzetten van een hennepkwekerij.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting van 22 december 2021 en meerdere proces-verbalen van bevindingen van de politie. De rechtbank acht de feiten wettig en overtuigend bewezen en wijst strafuitsluitingsgronden af.
De rechtbank motiveert de straf met het grootschalige karakter van de hennepkwekerij in aanbouw, het recidiverisico van verdachte die eerder soortgelijke veroordelingen heeft, en de maatschappelijke impact van illegale hennepteelt. Gezien deze omstandigheden legt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer en uitgesproken op 27 januari 2022.