Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
[verdachte] ,
- hij, verdachte, een erfenis en/of een of meer schenkingen (te weten onroerend goed) heeftaanvaard en/of verkregen, althans dat zijn (recht op) vermogen was toegenomen dan wel gewijzigd en/of
- hij, verdachte, werkzaamheden had verricht (vanwege hennepkweek en/of vanwege hulp in deonderneming W-rent) en/of (vanwege die hennepkweek en/of voornoemde hulp bij W-rent) inkomsten had genoten en/of giften (gebruik van bestelbus, althans voertuig) had verkregen, zulks terwijl dat toen (telkens) wel het geval was.
Beoordeling van het bewijs
Motivering
1Alleen al daaruit blijkt dat verdachte wist dat hij wijzigingen moest doorgeven aan de sociale dienst. Bovendien is verdachte op 7 december 2011 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden eerder veroordeeld voor overtreding van artikel 227b Wetboek van Strafrecht, zodat verdachte op de hoogte moet zijn geweest van de eventuele gevolgen van het niet doorgeven van wijzigingen in zijn inkomen en vermogen. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de verdediging dat verdachte niet op de hoogte was van de inlichtingenplicht en daarom niet opzettelijk de inlichtingenplicht zou hebben geschonden. Dat niet is gebleken dat verdachte nadrukkelijke mondeling gewezen is op de inlichtingenplicht maakt dit gelet op het bovenstaande niet anders.
Bewezenverklaring
- hij, verdachte, een erfenis en een of meer schenkingen (te weten onroerend goed) heeft aanvaarden verkregen, en
- hij, verdachte, werkzaamheden had verricht vanwege hennepkweek en inkomsten had genoten,zulks terwijl dat toen wel het geval was.