ECLI:NL:RBNNE:2022:175
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
CBR mag aannemen dat verzoeker aangetekend besluit heeft ontvangen ondanks gewijzigde PostNL-werkwijze
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het CBR om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren wegens het niet tijdig betalen van opleggingskosten na verkeersovertredingen. Het CBR stelde dat het besluit en een herinneringsbrief aangetekend naar verzoeker zijn verzonden en ontvangen, ondersteund door een track&trace-overzicht.
Verzoeker betwist de ontvangst van deze stukken en stelt dat hij niet op de hoogte was van de betalingsverplichting. De voorzieningenrechter overweegt dat de tijdelijke werkwijze van PostNL, waarbij een postbeambte zelf tekent voor ontvangst, minder garanties biedt dan gebruikelijk, maar dit is geen reden om aan te nemen dat de ontvangst onjuist is geregistreerd.
Gelet hierop en het feit dat de herinneringsbrief niet retour is ontvangen, concludeert de voorzieningenrechter dat het CBR terecht mocht aannemen dat verzoeker op de hoogte was van de opleggingskosten en de betalingstermijn. Het bezwaar van verzoeker wordt daarom afgewezen en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet toegewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het CBR terecht mocht aannemen dat verzoeker het aangetekend verzonden besluit heeft ontvangen.