Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Het geschil
3.De beoordeling
4.Beslissing
fn: 679)
Rechtbank Noord-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert de moeder vervangende toestemming om met haar minderjarige kind naar Turkije te reizen voor een familiebezoek. De vader weigert toestemming te geven vanwege zorgen over het risico dat het kind niet terugkeert en de reisbeperkingen door Covid-19.
De voorzieningenrechter weegt het belang van het kind en het recht van de moeder op vakantie af tegen de zorgen van de vader. Er is sprake van gezamenlijk gezag en het kind woont bij de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukt het belang van contact tussen het kind en beide ouders, ook tijdens de vakantie via (video)contact.
De rechter oordeelt dat de moeder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen intentie heeft om niet terug te keren, mede vanwege haar verblijfsvergunning en eerdere rechterlijke verboden. De regio in Turkije wordt als niet onveilig beoordeeld en de moeder dient haar verblijfplaats aan haar advocaat bekend te maken.
De toestemming wordt verleend onder de voorwaarde dat het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken op de dag van vertrek geen code oranje of rood bevat. De vorderingen van de vader om het paspoort af te geven en het vertrek te verbieden worden afgewezen.
Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter J.M. Coleo-Oude Lohuis en uitgesproken op 19 januari 2022.
Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om met het kind naar Turkije te reizen onder voorwaarde van een gunstig reisadvies.