Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 9 juni 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Samenvatting van uw bezwaarBij het opleggen van de aanslag 2017 zijn uw werkzaamheden voor [bedrijfsnaam] niet geaccepteerd als bron van inkomen. In uw bezwaarschrift geeft u aan dat er wel sprake is van een bron van inkomen.
Beoordeling van uw bezwaar
Bij de bezwaarbehandeling over 2016 is geoordeeld dat er sprake is van een bron van inkomen. Op dit punt kom ik dan ook aan uw bezwaar tegemoet.
“Urenregistratie 18 maart t/m 31 december 2017:
Een resumé van de urenregistratie vindt u in Excelbestand: 2017 urenregistratie. Een scan van de initiële administratie is bijgevoegd in 2 pdf-bestanden. Uren besteed aan de onderneming in deze periode volgens urenregistratie: 1125
Urenregistratie 2 januari tot 18 maart 2017:
Totaal uren besteed aan de onderneming in 2017: 1269”
“Conclusie:
“Totaal uren volgens cijferopstelling tot 18/3192,5
Verbeterde schatting a.h.v. ervaringscijfers 211
ConclusieDe werkelijke uren over deze periode zijn aanzienlijk hoger dan aanvankelijk aangegeven, rond de 200 uur. Op basis van deze verbeterde cijferopstelling is de keuze voor minder werken, ondanks een fors inkomsensoffer, ook een stuk begrijpelijker.
Verbeterde urenopstelling gehele jaar 2017
De verbeterde urenadministratie is daarmee als volgt:
Urenregistratie 1 januari tot 18 maart 2017:
Urenregistratie 18 maart t/m 31 december 2017:
Totaal uren besteed aan de onderneming in 20171325”
Beslissing
mr. M.A. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2022.