Uitspraak
en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen(21/1759),
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser, die een rijbewijs bezat, onderging een gezondheidsverklaring na een Cerebro Vasculair Accident (CVA) in 2018. Na medische keuringen door een oogarts en neuroloog werd hij uitgenodigd voor een verplichte rijtest, die vanwege de coronapandemie meerdere malen werd uitgesteld. Eiser verzocht om uitstel van de rijtest tot na vaccinatie, wat niet werd ingewilligd. Uiteindelijk verklaarde het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zijn rijbewijs ongeldig wegens het niet afleggen van de rijtest.
Eiser voerde aan dat de coronamaatregelen, het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel waren geschonden. Ook stelde hij dat de medische verklaring onvoldoende was voor het opleggen van een onderzoek en dat het besluit onzorgvuldig was genomen. Verweerder stelde dat de rijtest verplicht was volgens de Regeling eisen geschiktheid 2000 en dat het niet afleggen ervan een vermoeden van rijongeschiktheid opleverde.
De rechtbank oordeelde dat de procedure ondanks chaotische communicatie zorgvuldig was verlopen, dat het evenredigheidsbeginsel niet werd geschonden gezien het belang van verkeersveiligheid, en dat de medische verklaring voldeed aan de wettelijke eisen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het rijbewijs blijft ongeldig verklaard vanwege het niet afleggen van de verplichte rijtest.