Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit dan wel ontslag van alle rechtsvervolging. Zij heeft aangegeven dat verdachte geen justitiële documentatie heeft. Verdachte heeft met de nabestaanden gesproken. Hij is zelf ook erg geschrokken, voelt zich schuldig en zal dit zijn leven lang met zich mee moeten dragen. Tot slot heeft de raadsvrouw aangegeven dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt door met de door hem bestuurde personenauto een overstekende voetgangster aan te rijden, waarbij hij heeft gereden met een hogere snelheid dan ter plaatse is toegestaan. Ten gevolge van dit verkeersongeval is de voetgangster overleden.
Ter terechtzitting heeft verdachte laten blijken dat hij zich verantwoordelijk voelt voor het verkeersongeval en er erg door geschrokken is. Voorts heeft verdachte contact gehad met de nabestaanden van het slachtoffer. Deze omstandigheden dienen naar het oordeel van de rechtbank mee te wegen in de op te leggen straf.
De rechtbank heeft bij de strafoplegging voorts gelet op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 10 december 2021. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Gelet op het feit dat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, komt de rechtbank tot oplegging van een andersoortige en tevens lagere straf dan geëist door de officier van justitie.
Hoewel het slachtoffer is overleden en daarmee de gevolgen voor de nabestaanden erg groot zijn, is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een onvoorwaardelijke geldboete voldoende recht doet aan de enkele overtreding die het ongeval veroorzaakte. Bij het vaststellen van de hoogte daarvan heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.