Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
- De e-mail van [emailadres] van 2 september 2020 aan [emailadres] waarin onder meer staat “Ik regelde dus de spullen die nodig waren voor de stikstof manier” (p. 42);
- De Facebook Messenger berichten tussen de moeder van [slachtoffer] en het Facebookaccount [naam] .
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
schadezijn en zo ja, of er sprake is van een rechtstreeks verband tussen het handelen van verdachte en die schade. Beoordeling van deze vragen zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal beide indieners van de vorderingen daarom niet-ontvankelijk verklaren. De vorderingen kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.
een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[vader van het slachtoffer]en
[moeder van slachtoffer]in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partijen de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.