Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
‘In de container was vuur ter plaatse gebracht teneinde brand te stichten, alsmede aan de achterzijde van de schuur ter hoogte van het riet op de grond bij de baanderdeuren en/of de rieten kap (te bereiken via de ladder en steiger)’aannemelijker is dan hypothese 2
‘In de container was vuur ter plaatse gebracht en door overslag/vonkenregen ontstond er brand aan de achterzijde van de rieten kap. Doordat de rieten kap in brand ging, viel er brandend riet vanaf de kap naar beneden op het riet bij de baanderdeuren, waardoor er ook op die plek brand ontstond.’De rechtbank stelt vast dat het onderzoek niet tot stand is gekomen in samenwerking met de brandweer en constateert dat de conclusie van de politie op geen enkele wijze is onderbouwd. Dat aangever [benadeelde partij 1] en verschillende getuigen verklaren dat zij meerdere brandhaarden hebben gezien, terwijl reeds sprake was van een fors uitslaande brand in de container nabij de woonboerderij, past naar het oordeel van de rechtbank beter bij de hypothese dat de brand in de container is overgeslagen op de woonboerderij door de vonkenregen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de woonboerderij in brand moet zijn gevlogen doordat de uitslaande brand in de container is overgeslagen op de woonboerderij. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van de brandstichting aan de woonboerderij.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een jeugddetentie voor de duur van 6 maanden.
een werkstraf voor de duur van 80 uren.
- het bedrag van
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 augustus 2019 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
- het bedrag van
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 augustus 2019 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.