ECLI:NL:RBNNE:2022:2297

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2022
Publicatiedatum
6 juli 2022
Zaaknummer
C/18/214246/ KG RK 22-133
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens buurtcontact met ouders gedaagde

In de zaak bij de rechtbank Noord-Nederland heeft mr. Th.A. Wiersma een verzoek tot verschoning ingediend nadat bleek dat hij een buurtgenoot is van de ouders van de gedaagde en in die hoedanigheid contact met hen heeft gehad. Dit contact was niet eerder onderkend door mr. Wiersma, maar hij zag aanleiding om zich te verschonen om de schijn van partijdigheid te voorkomen.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder mondelinge behandeling, conform artikel 8:20 Awb Pro. Verschoning dient de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter te waarborgen. Hoewel rechters geacht worden onpartijdig te zijn, kunnen feiten en omstandigheden aanleiding geven tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.

In dit geval concludeerde de kamer dat de omstandigheden zodanig zijn dat mr. Wiersma zich niet meer voldoende vrij voelt om te beslissen in de zaak. Daarom is het verzoek toegewezen en zal de hoofdzaak worden voortgezet door een andere rechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van mr. Wiersma wordt toegewezen vanwege buurtcontact met ouders van gedaagde, waardoor schijn van partijdigheid bestaat.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Verschoningskamer
Zittingsplaats Leeuwarden
zaaknummer: C/18/214246/ KG RK 22-133
Beslissing van de meervoudige kamer van 17 juni 2022 op het verzoek tot verschoning van
mr. Th.A. Wiersma,
rechter in deze rechtbank,
in de zaak van:
[eiser]
[adres]
,
tegen
[gedaagde]
[adres]
advocaat: mr. J.P. van der Werf, kantoorhoudende te Groningen.

1.Het procesverloop

1.1.
Bij de rechtbank Noord-Nederland, cluster handel en kanton, locatie Groningen, is een zaak aanhangig bekend onder zaaknummer C/18/210544 / HA ZA 21-252.
1.2.
Op 16 juni 2022 heeft mr. Wiersma een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.

2.Het verschoningsverzoek en de beoordeling daarvan

2.1.
Op 15 juni 2022 is in de aanhangige procedure namens de gedaagde een bericht ingekomen. In dit bericht is onder de aandacht gebracht dat mr. Wiersma een buurtgenoot is van de ouders van de gedaagde en in die hoedanigheid wel eens in contact is (geweest) met de ouders van de gedaagde.
2.2.
Uit het schriftelijk verschoningsverzoek van mr. Wiersma komt naar voren dat hetgeen namens gedaagde wordt gesteld correct is en dat dit feit niet eerder door mr. Wiersma is onderkend. Mr. Wiersma heeft hierop aanleiding gezien om onderhavig verschoningsverzoek in te dienen om de schijn van partijdigheid te voorkomen.
2.3.
Uit artikel 8:20 Awb Pro valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter zitting behoeft plaats te vinden. De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
2.4.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
2.5.
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. In zulks geval dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
2.6.
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige
omstandigheden dat de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaak een
beslissing te nemen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor
verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit
betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden
overgenomen.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijst het verzoek tot verschoning van mr. Wiersma toe;
3.2.
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning;
3.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
- mr. Th.A. Wiersma;
- de teamvoorzitter van het cluster waarin mr. Wiersma werkzaam is;
- de partijen in de hoofdzaak.
Aldus gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. M.A.M. Wolters en mr. C.W. Couperus-van Kooten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Boon als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2022.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.