De werknemer, sinds 1973 in dienst bij Philips, leed aan een langdurige ziekte en wilde vervroegd met pensioen via de RVU-regeling. Ondanks herhaalde verzoeken en gesprekken met leidinggevenden en pensioencoach, werd hij niet adequaat geïnformeerd over de voorwaarden en gevolgen van deelname aan de regeling.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer niet voldeed aan de RVU-voorwaarden vanwege zijn langdurige arbeidsongeschiktheid en de reeds vastgestelde pensioendatum. Wel stelde de rechter vast dat Philips haar zorgplicht als werkgever schond door onvoldoende en onvoldoende tijdige voorlichting en advisering te geven, waardoor de werknemer schade leed.
De werknemer kreeg daarom een schadevergoeding toegekend ter grootte van de gemiste RVU-uitkering vanaf de ingangsdatum van de regeling tot aan zijn AOW-datum. De wettelijke rente werd toegewezen, maar de wettelijke verhoging niet. Philips werd veroordeeld in de proceskosten.