Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
- [vertegenwoordiger van de GI], namens de GI.
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een verzoek van de Gecertificeerde Instelling (GI) om vervangende toestemming te verkrijgen voor medische behandeling van vijf minderjarige kinderen, waaronder diagnostisch onderzoek bij een hulpverleningsinstantie. De vader weigert toestemming te verlenen, terwijl de kinderen onder toezicht zijn gesteld.
De kinderrechter overweegt dat de beoogde diagnostische onderzoeken vallen onder medische behandelingen zoals bedoeld in de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO). Gezien de signalen van trauma en gedragsproblemen bij de kinderen, acht de rechter deze behandeling noodzakelijk om ernstig gevaar voor hun psychische gezondheid af te wenden.
Voor de vier jongere kinderen (onder 12 jaar) wordt vervangende toestemming verleend. Voor de oudste minderjarige (12 jaar of ouder) is het oordeel lastiger vanwege het vereiste dat de minderjarige zelf tot een redelijke waardering van zijn belangen moet kunnen komen. Omdat de minderjarige niet is gehoord en niet kan worden vastgesteld of zij de behandeling wenst, verleent de rechter toch vervangende toestemming, gelet op haar belang en omstandigheden.
De rechter wijst het verzoek om vervangende toestemming voor toekomstige behandelinterventies af, omdat deze niet concreet en specifiek zijn en daarmee niet binnen de reikwijdte van artikel 1:265h BW vallen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden via hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Vervangende toestemming verleend voor diagnostisch onderzoek bij vijf minderjarigen, vervolgbehandelingen afgewezen.