Uitspraak
Natuur en Milieufederatie Groningen,
Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen (verweerder)
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
nieuwbroedgebied beschikbaar komt. In dat geval wordt de huidige staat van instandhouding gehandhaafd.
).Verweerder heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de ontheffingen kunnen worden verleend omdat is voldaan aan de daaraan in artikel 3.8, vijfde lid, Wnb, gestelde voorwaarden. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing voor het voorliggende plan voor extra woningbouw met de daarbij behorende uitgangspunten qua kwantiteit en kwaliteit van de woningen. Onder verwijzing naar het Activiteitenplan en de notitie over locatiekeuze van 19 augustus 2021 is voldoende onderbouwd dat in de stad of aan de randen daarvan geen andere plaats te vinden is voor 5000 woningen en de geplande voorzieningen. Volgens vaste jurisprudentie hoeft daarbij voorts niet buiten de gemeentegrenzen te worden gezocht.
.
Belangenafweging
.Een en ander staat er overigens niet aan in de weg dat verzoeksters in een later stadium wederom een verzoek tot wijziging van de aldus ontstane een voorlopige voorziening kunnen doen indien voor die tijd de meervoudige kamer nog geen uitspraak heeft gedaan
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst het primaire besluit van 14 september 2021, het herstelbesluit van 21 december 2021 en het bestreden besluit van 13 april 2022 tot zes weken na de uitspraak van de meervoudige kamer;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365,- aan verzoeksters te vergoeden.