Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
- [minderjarige 1] ;
- de moeder;
- de stiefvader.
Rechtbank Noord-Nederland
De Gecertificeerde Instelling (GI) verzoekt de rechtbank om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen en machtiging tot uithuisplaatsing van één minderjarige in een gezinshuis. De minderjarigen hebben een geschiedenis van onrust en instabiliteit, met eerdere periodes van uithuisplaatsing wegens verwaarlozing. Na een terugplaatsing bij de moeder bleek de thuissituatie onvoldoende stabiel, waardoor één minderjarige opnieuw in een gezinshuis is geplaatst.
De kinderrechter constateert dat de ondertoezichtstelling moet worden verlengd op grond van artikel 1:260 BW Pro en dat de machtiging tot uithuisplaatsing moet worden verleend conform artikel 1:265b lid 1 BW. De plaatsing van de minderjarige in het gezinshuis vond zonder juridische grondslag plaats, waarna de rechtbank de GI sommeert om tijdig machtiging te verzoeken bij toekomstige plaatsingen.
De rechtbank weegt dat de minderjarigen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De situatie van de minderjarige in het gezinshuis is stabiel, maar het contact met het gezin is beperkt. De thuissituatie van de andere minderjarige blijft kwetsbaar, met onzekerheid over het opvoedklimaat. De kinderrechter benadrukt het belang van monitoring en voortzetting van hulpverlening.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend voor de duur van een jaar, gelijklopend met de verlenging van de ondertoezichtstelling tot 20 januari 2023. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van beide minderjarigen wordt verlengd en de machtiging tot uithuisplaatsing van één minderjarige in een gezinshuis wordt verleend voor de duur van een jaar.