ECLI:NL:RBNNE:2022:2490
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voogdij over ongeboren kind wegens curatele moeder en zorgen over ouderschap
De moeder van het ongeboren kind staat onder curatele en is daardoor onbevoegd tot het uitoefenen van ouderlijk gezag. De vader heeft het kind erkend, maar er zijn ernstige zorgen over het functioneren van beide ouders, waaronder een belast verleden met huiselijk geweld, persoonlijke problematiek, en eerdere niet positief afgeronde ouderschapsbeoordelingen.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om definitieve voogdij toe te wijzen aan een gecertificeerde instelling, de William Schrikker Stichting, om de veiligheid van het kind te waarborgen en het perspectief op opgroeien te onderzoeken. De ouders zijn aangemeld voor een ouderschapsopname en beoordeling, maar tonen ambivalentie.
De rechtbank oordeelt dat een definitieve voogdij op dit moment niet passend is gezien de kans die ouders krijgen om een nieuw traject te doorlopen. Gezien de curatele van de moeder en de noodzaak om direct in het gezag te voorzien, wijst de rechtbank voorlopige voogdij toe aan de gecertificeerde instelling voor drie maanden, met de mogelijkheid tot verlenging of wijziging na beoordeling van de ouderschapsvaardigheden.
Deze maatregel is minder ingrijpend dan definitieve voogdij en waarborgt de veiligheid en belangen van het ongeboren kind tot nadere besluitvorming.
Uitkomst: Voorlopige voogdij wordt toegewezen aan gecertificeerde instelling voor drie maanden om veiligheid en belangen van het ongeboren kind te waarborgen.