Uitspraak
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghouder], te [plaats], vergunning-houder,
Rechtbank Noord-Nederland
Vergunninghouder vroeg een omgevingsvergunning voor uitbreiding van dierenstallen, uitbreiding van een ligboxenstal en legalisatie van een sleufsilo buiten het agrarisch bouwperceel. Verzoeksters stelden dat de vergunning onrechtmatig was omdat de bijzondere emissiefactor volgens de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) onjuist werd toegepast en dat een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van het college van gedeputeerde staten (GS) ontbrak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was de bijzondere emissiefactor toe te passen, maar dat de feitelijke situatie significant afweek van de proefstalbeschikking waarop de emissiefactor was gebaseerd. Dit leidde tot twijfel aan de rechtmatigheid van het besluit. Tevens was de vereiste vvgb van GS niet overlegd voor de afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van de sleufsilo buiten het agrarisch bouwperceel, waardoor verweerder niet bevoegd was de vergunning te verlenen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de milieubelasting door de uitbreiding zou toenemen en dat vergunninghouder de natuurvergunning nog niet had verkregen. Gelet op het spoedeisende belang van verzoeksters en de belangenafweging werden de belangen van verzoeksters zwaarder geacht. Daarom werd het bestreden besluit geschorst tot zes weken na de uitspraak in het hoofdberoep. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst wegens strijd met milieuregels en het ontbreken van een vereiste verklaring van geen bedenkingen.