Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter die betrokken was bij vijf samenhangende familierechtelijke procedures. Zij stelde dat de rechter vooringenomen was en haar bewijsstukken negeerde, en dat informanten niet tijdig waren gehoord. Tevens voelde zij zich niet gehoord tijdens de zitting van 26 april 2022.
De rechter gaf aan dat de verzoeken gevoegd werden behandeld met instemming van partijen en dat voldoende tijd was uitgetrokken. Het niet horen van informanten werd toegeschreven aan het niet tijdig uitnodigen door verzoekster zelf. De rechter benadrukte dat hypothetische vragen onderdeel zijn van een zorgvuldige procesvoering en dat schriftelijke uitspraak werd gekozen om evenwicht te bewaren.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid. Het proces-verbaal toonde een evenwichtige behandeling waarbij verzoekster ruim de gelegenheid kreeg haar standpunt toe te lichten. Processuele beslissingen zoals het niet direct doen van uitspraak en het niet horen van informanten kunnen niet als vooringenomenheid worden aangemerkt.
Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en de hoofdprocedures werden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.