Uitspraak
Rechtbank NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- [bestuurder], bestuurder van [verzoekster];
- mr. P.J. Fousert, advocaat van [verzoekster];
- [belanghebbende], namens UWV.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland ontving een verzoek tot homologatie van een onderhands akkoord ingediend door een onderneming die haar activiteiten had gestaakt. Het akkoord betrof een regeling met twee schuldeisers, het UWV en de Belastingdienst, waarbij een uitkering werd voorgesteld gebaseerd op de verkoop van de woning van de bestuurder.
Alle stemgerechtigde schuldeisers hadden unaniem ingestemd met het akkoord, waardoor homologatie als dwangakkoord niet noodzakelijk was. De schuldenaar stelde dat het UWV aan haar instemming de voorwaarde van homologatie had verbonden, maar dit werd door het UWV ter zitting tegengesproken.
De rechtbank oordeelde dat homologatie primair bedoeld is om een akkoord bindend te verklaren voor tegenstemmers en niet-stemmers, en dat bij unanieme instemming geen belang bestaat bij homologatie. Gezien het ontbreken van een voldoende belang verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk.
De procedure werd gevoerd via videoverbinding, waarbij de bestuurder, advocaat van de schuldenaar en een vertegenwoordiger van het UWV aanwezig waren. De uitspraak werd op 21 juli 2022 gedaan door de rechtbank Noord-Nederland locatie Groningen.
Uitkomst: Het verzoek tot homologatie van het onderhands akkoord wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.