ECLI:NL:RBNNE:2022:2585
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs van mensenhandel en uitbuiting
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 19 juli 2022 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensenhandel en uitbuiting van een persoon met een handicap op haar zorgboerderij in de periode van 2012 tot 2014. Verdachte werd ervan beschuldigd de persoon te hebben gedwongen tot onbetaalde arbeid en haar afhankelijk te hebben gemaakt, met het oogmerk financieel voordeel te behalen.
De officier van justitie en de verdediging vorderden beiden vrijspraak omdat het bewijs ontbrak dat verdachte dwang, geweld of misbruik van een kwetsbare positie heeft toegepast. De rechtbank oordeelde dat de aard en duur van de werkzaamheden, de omstandigheden van het verblijf en de verklaringen van getuigen geen wettig en overtuigend bewijs boden voor uitbuiting.
De rechtbank nam mee dat de werkzaamheden pasten binnen een zorgovereenkomst en dat de betrokkene keuzevrijheid had, zoals het gebruik van telefoon en vervoer. Getuigen spraken de beweringen over zware arbeid en beperking van bewegingsvrijheid tegen. Het financiële voordeel dat verdachte ontving uit PGB-gelden en kost en inwoning was onvoldoende om uitbuiting aan te nemen.
De rechtbank sprak verdachte integraal vrij van de tenlastelegging en verklaarde de schadevordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk, aangezien er geen bewezen feit was. De benadeelde partij werd verwezen naar de burgerlijke rechter voor eventuele schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van mensenhandel en uitbuiting.