Eiser ontving een IVA-uitkering van het UWV, waarna het UWV onterecht voorschotten terugvorderde. Na bezwaar en beroep trok het UWV de terugvordering van € 2.337,92 in. Eiser vorderde daarnaast vergoeding van materiële schade (verloren uren, materiaalkosten) en immateriële schade wegens stress en gezondheidsklachten door de onrechtmatige besluiten.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk was vanwege het ontbreken van procesbelang, aangezien de terugvordering was ingetrokken. Materiële schade wegens uren besteed aan bezwaar kwam niet voor vergoeding in aanmerking, omdat geen professionele rechtsbijstand was ingeschakeld. Wel werden materiaalkosten van € 130,- toegewezen.
Voor immateriële schade achtte de rechtbank aannemelijk dat eiser door de fouten van het UWV psychische en fysieke klachten had opgelopen, en kende een billijke vergoeding van € 1.500,- toe. Een dwangsom wegens niet tijdig beslissen werd afgewezen omdat het UWV tijdig had beslist. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om te oordelen over het verzoek om het UWV te verplichten te stoppen met zijn handelwijze.