ECLI:NL:RBNNE:2022:2702
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom wegens onjuiste grondslag woonbestemming meubelmakerij
Verzoeker exploiteert een meubelmakerij vanuit zijn woning en kreeg een last onder dwangsom opgelegd vanwege vermeende strijd met de woonbestemming. Verweerder stelde dat er detailhandel werd bedreven, maar erkende later dat dit niet het geval was. De last onder dwangsom was gebaseerd op overtreding van artikel 16.5 sub b onder 4 van het bestemmingsplan, wat niet juist bleek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onvoldoende is aangetoond dat de activiteiten niet onder de aan-huis-verbonden bedrijfsactiviteit vallen zoals omschreven in artikel 1.7 van het bestemmingsplan. De werkzaamheden van verzoeker, die ambachtelijk handwerk betreffen, zijn daarmee niet in strijd met de woonbestemming.
Gezien het spoedeisend belang en de redelijke kans van slagen van het bezwaar, werd het verzoek tot schorsing van het bestreden besluit toegewezen. De last onder dwangsom is geschorst tot zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar. Tevens zijn geen dwangsommen verbeurd en moet verweerder het griffierecht en proceskosten vergoeden.
Uitkomst: De last onder dwangsom is geschorst wegens onjuiste grondslag en onvoldoende bewijs van strijd met de woonbestemming.