ECLI:NL:RBNNE:2022:2819
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen gedeeltelijke afwijzing schadevergoeding aardbevingsschade kelderwoning
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor schadevergoeding wegens aardbevingsschade aan hun woning, specifiek gericht op schade aan de kelder. Verweerder kende een gedeeltelijke schadevergoeding toe, waarna eisers bezwaar maakten en vervolgens beroep instelden tegen het besluit op bezwaar.
De kern van het geschil betreft de oorzaak van de verzakking van de kelder en de scheurvorming in de kelderwand. Eisers stellen dat deze schade is veroorzaakt door bodembeweging door mijnbouwactiviteiten, terwijl verweerder dit ontkent en wijst op andere oorzaken zoals langdurige zetting, kruip en oxidatie van veenlagen door grondwaterfluctuaties.
De rechtbank heeft het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW beoordeeld aan de hand van deskundigenrapporten van beide partijen. De onafhankelijke deskundigen van verweerder concluderen dat de schade niet primair door mijnbouwactiviteiten is veroorzaakt. De contra-expertiserapporten van eisers bieden onvoldoende onderbouwing om dit te betwijfelen, mede gelet op wetenschappelijke inzichten en het model van Bommer.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de kosten voor een beschoeiingsconstructie niet vergoed hoeven te worden omdat deze niet in verband staan met schade primair veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot gedeeltelijke schadevergoeding blijft in stand.