Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De officier van justitie heeft gevorderd de bijzondere voorwaarden en het daarbij behorende toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren, gelet op de justitiële documentatie van verdachte en het beeld van verdachte zoals dat naar voren komt uit het reclasseringsrapport.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gepleit voor oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
De raadsvrouw heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat er geen reden bestaat de bijzondere voorwaarden en het daarbij behorende toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding. De aanranding vond plaats in de woning van verdachte, alwaar het slachtoffer op bezoek was. Verdachte heeft het slachtoffer aan een bedwelmende stof laten ruiken, waarna hij het slachtoffer heeft betast en gepijpt. Het slachtoffer heeft de seksuele handelingen bewust meegemaakt, maar kon zich, gelet op de lichamelijke onmacht waarin hij verkeerde, hier niet tegen verzetten. Verdachte heeft met zijn handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en heeft de grenzen van het slachtoffer niet gerespecteerd. De rechtbank rekent dit verdachte aan. De rechtbank neemt het verdachte daarnaast kwalijk dat hij aangever een valse naam heeft opgegeven met het doel zijn eigen identiteit te verhullen.
De rechtbank zal in strafverzwarende zin meewegen dat verdachte blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 14 september 2021 eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een zedendelict. Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder kennis genomen van de omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsrapportages d.d. 3 maart 2021 en 8 juli 2022. Daaruit volgt – samengevat – dat verdachte autistisch is, dat hij een verstandelijke beperking heeft en dat bij hem sprake is van een beginnend delictpatroon. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog. Verdachte is momenteel vrijwillig in behandeling bij de AFPN, waar hij zich gemotiveerd opstelt. Tijdens de behandeling wordt onder meer aandacht besteed aan het delictscenario. De behandelaars zijn van mening dat op dit moment sprake is van passende hulpverlening. De reclassering adviseert de rechtbank om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan gekoppeld enkele bijzondere voorwaarden, waaronder een ambulante behandeling. De reclassering adviseert de rechtbank daarnaast de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Al met al zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De rechtbank acht oplegging van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend, nu sprake is van fors tijdsverloop in deze zaak, verdachte vrijwillig een behandeling ondergaat bij de AFPN, verdachte inziet dat hij begeleiding nodig heeft en instemt met begeleid wonen en hij een positieve ontwikkeling heeft laten zien.
Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden en het daarbij behorende toezicht niet dadelijk uitvoerbaar verklaren. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een situatie waarin er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Er zijn ruim drie jaren verstreken sinds verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan en in de tussentijd heeft verdachte zich niet schuldig gemaakt aan enig strafbaar feit.