Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
16 augustus 2022 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- ( met kracht) in de linkerarm van die [slachtoffer 2] te bijten en/of
- meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen de linkerbeen van die Meijer te trappen/schoppen;
Beoordeling van het bewijs
1, waarin onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende is vermeld. De UWS (uitschuifbare wapenstok) is gemaakt van Corbon staal met een gewicht van 540 gram en een lengte van 51 centimeter en kan bij onprofessioneel gebruik ernstig tot zeer ernstig letsel teweeg brengen en mogelijk met de dood tot gevolg. Aangeleerd wordt om nooit op het hoofd te slaan. De rechtbank acht dan ook bewezen dat bij verdachte sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood van aangever.
2Daarvan zal slechts bij hoge uitzondering sprake zijn.
Bewezenverklaring
- met kracht in de linkerarm van die [slachtoffer 2] te bijten en
- meermalen met kracht tegen het linkerbeen van die Meijer te trappen;
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
een gedeelte, groot 18 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Benadeelde partijen
- het bedrag van
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 februari 2022 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
[slachtoffer 1]aan de Staat te betalen een bedrag van € 350,- (zegge: driehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2022 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
- het bedrag van
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 februari 2022 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
[slachtoffer 2]aan de Staat te betalen een bedrag van € 650,- (zegge: zeshonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2022 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
- het bedrag van
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 februari 2022 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
[slachtoffer 3]aan de Staat te betalen een bedrag van € 350,- (zegge: driehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2022 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.