Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde],
Procesverloop
Standpunt van de officier van justitie
Het standpunt van de verdediging
Bewijsmiddelen
Beoordeling
= -/- 14.610,96
= -/- 7.305,48
Rechtbank Noord-Nederland
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij, aanvankelijk €265.162, verlaagd naar €262.662,20. De verdediging betwistte dit bedrag en stelde dat het voordeel nihil of maximaal €32.416 bedroeg, met diverse onderbouwingen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis van veroordeling, een proces-verbaal met berekening van het voordeel en getuigenverklaringen. De rechtbank verwierp de stelling van de verdediging dat het voordeel nihil was, onder meer omdat de vermeende huurinkomsten niet aannemelijk waren.
De rechtbank stelde als aanvangsdatum van het voordeel 1 mei 2016 vast, omdat vanaf dat moment illegale elektriciteit werd gebruikt. Op basis van 12 oogsten met verschillende opbrengsten per oogst en aftrek van kosten en een bedrag van €2.500 aan een getuige, kwam de rechtbank tot een netto wederrechtelijk voordeel van €152.677,40.
De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen en bepaalde de maximale gijzeling op drie jaar. De uitspraak werd gedaan door drie rechters, waarvan één niet medeondertekende.
Uitkomst: Veroordeelde moet €152.677,40 betalen aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.