Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek en de beoordeling daarvan
4.Beslissing
maandag 22 augustus 2022in tegenwoordigheid van mr. H.J. Boon als griffier.
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De vrouw verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, vanwege ernstige verstoring van de relatie met de man, die in Iran woont en geen medewerking verleent. De man heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen.
De rechtbank stelt vast dat het kind sinds 2020 in Nederland woont, waardoor Nederlands recht van toepassing is en dat partijen van rechtswege gezamenlijk gezag hadden. De vrouw onderbouwt haar verzoek met feiten over geweld, PTSS bij het kind, en praktische problemen zoals het verkrijgen van reisdocumenten zonder toestemming van de man.
De Raad voor de Kinderbescherming onderschrijft het verzoek. De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van contact en medewerking een onaanvaardbaar risico voor het kind oplevert dat het klem komt te zitten tussen de ouders. Gezien het ontbreken van verbetering op korte termijn wijst de rechtbank het verzoek toe en kent zij de vrouw het eenhoofdig gezag toe.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is gegeven door kinderrechter C.W. Couperus-van Kooten te Leeuwarden op 22 augustus 2022.
Uitkomst: De moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag over het kind wegens onaanvaardbaar risico bij gezamenlijk gezag.