Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
maandag 31 januari 2022in tegenwoordigheid van de griffier.
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De vrouw en de man, gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen, verzochten de rechtbank om het gezag over de kinderen aan de vrouw toe te wijzen. De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 1:251a BW een eenhoofdig gezag kan worden toegewezen indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem raakt tussen de ouders en geen verbetering te verwachten is, of indien wijziging in het gezag in het belang van het kind noodzakelijk is.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht naar voren dat ernstige zorgen bestaan over de ontwikkeling van de kinderen door de problematiek tussen de ouders. De hulpverlening in het vrijwillige kader had geen verbetering gebracht. De raad adviseerde een ondertoezichtstelling en aanstelling van een gezinsvoogd die een plan van aanpak kan opstellen.
De rechtbank constateerde dat de kinderen ernstig worden bedreigd in hun sociale en emotionele ontwikkeling door de langdurige partnerstrijd en gebrekkige communicatie tussen de ouders. De kinderen zijn tijdelijk uit huis geplaatst en onder toezicht gesteld. De rechtbank achtte het niet in het belang van de kinderen om het gezag eenhoofdig toe te wijzen aan de vrouw, omdat dit niet zou leiden tot de gewenste rust en zelfs tot complicaties kan leiden.
De rechtbank volgde het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en wees het verzoek van de vrouw af, met het oog op de inzet van de gezinsvoogd en de verwachting dat daarmee binnen afzienbare tijd verbetering kan optreden.
Uitkomst: Het verzoek tot eenhoofdig gezag is afgewezen omdat het klemcriterium niet is voldaan en verbetering wordt verwacht door inzet van een gezinsvoogd.