ECLI:NL:RBNNE:2022:3103
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Bastin
- T.A. Oudenaarden
- H. Hanssen
- Rechtspraak.nl
Minister onvoldoende gemotiveerd bij afwijzing NOW-3 aanvraag wegens gelijke gevallen
Eiseres diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de NOW-3-regeling na een doorstart van haar onderneming na faillissement. De minister wees de aanvraag af omdat eiseres als starter werd aangemerkt en geen referentie-omzet kon vaststellen. Eiseres betoogde dat zij de voortzetting was van een eerdere onderneming en verwees naar een andere onderneming die wel een tegemoetkoming ontving ondanks een tweede faillissement.
De rechtbank overwoog dat de minister terecht oordeelde dat een volledige overname van werknemers vereist is om als voortzetting te gelden en dat de regeling gericht is op het behoud van arbeidsplaatsen. De minister mocht eiseres daarom als starter aanmerken. Echter, de minister faalde in de motivering waarom de situatie van eiseres niet gelijk zou zijn aan die van de andere onderneming, met name door het niet betrekken van het tweede faillissement en het ontbreken van een onderbouwing van de Wovon-situatie.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel en gaf de minister zes weken de tijd om het gebrek te herstellen met een aanvullende motivering of nieuwe beslissing. De rechtbank hield verdere beslissingen aan en deed een tussenuitspraak. Tegen deze tussenuitspraak is nog geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en stelt de minister in de gelegenheid dit te herstellen.