ECLI:NL:RBNNE:2022:3197
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake intrekking bijstandsuitkering Participatiewet
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Groningen tot intrekking van hun bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. De uitkering was opgeschort en later ingetrokken omdat verzoekers niet alle gevraagde gegevens, zoals bankafschriften en bewijsstukken van hun onderneming, hadden aangeleverd.
Tijdens de zitting bleek dat verzoekers nog steeds niet de benodigde informatie hadden verstrekt, waaronder gegevens over hun betrokkenheid bij een stichting waarvan het vermogen en aantal deelnemers onbekend zijn. De voorzieningenrechter overwoog dat hierdoor niet kan worden vastgesteld of verzoekers recht hebben op bijstand, zoals vereist volgens artikel 11 van Pro de Participatiewet.
Hoewel verweerder erkende dat de gebruikte rechtsgrondslag voor intrekking onjuist was en dit in bezwaar wilde herstellen, achtte de voorzieningenrechter het bezwaar kansrijk. Desondanks zag de voorzieningenrechter geen reden om de uitkering te hervatten en wees het verzoek af. Partijen zullen in bezwaar nader onderzoeken wat de feitelijke situatie is en de gevolgen voor het recht op uitkering.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.H. de Groot en griffier H.A. Hulst op 2 september 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat niet is vastgesteld of verzoekers recht hebben op bijstand.