ECLI:NL:RBNNE:2022:3248
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herziene definitieve berekening huurtoeslag 2018
De zaak betreft het beroep van eiser tegen de herziene definitieve berekening van de huurtoeslag over 2018, waarbij de Belastingdienst/Toeslagen aanvankelijk de toeslag op nul stelde, maar deze later herziene naar € 2.812,- op basis van een gewijzigde BRI-melding.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het besluit van 27 mei 2021 niet-ontvankelijk is, omdat het belang van eiser bij een beoordeling hiervan niet is gesteld of gebleken. Het beroep tegen het besluit van 8 maart 2022 is ongegrond omdat de Belastingdienst/Toeslagen tijdig en op juiste gronden de toeslag heeft herzien binnen de wettelijke termijn van acht weken na ontvangst van de gewijzigde inkomensgegevens.
Eiser stelde dat de Belastingdienst/Toeslagen in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel heeft gehandeld door niet eerder tot toekenning over te gaan en onvoldoende onderzoek te verrichten. De rechtbank verwierp dit en stelde dat de Belastingdienst/Toeslagen gebonden is aan de inkomensgegevens uit de BRI en niet verplicht is eiser te horen bij herziening op grond van gewijzigde gegevens.
Verzoeken om proceskostenvergoeding en griffierechtteruggave werden afgewezen omdat geen sprake was van onrechtmatig handelen door de Belastingdienst/Toeslagen en de gevraagde kosten niet waren onderbouwd.
De uitspraak werd gedaan door rechter S. Dijkstra op 26 augustus 2022 in aanwezigheid van griffier D.A. Bekking.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 27 mei 2021 is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 8 maart 2022 is ongegrond verklaard.