ECLI:NL:RBNNE:2022:3334

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
30 augustus 2022
Publicatiedatum
15 september 2022
Zaaknummer
9814275
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:26 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering achteraf betaalde bestelling wegens betwiste aflevering

Billink Financial Solutions B.V. vordert betaling van €149 van een consument die via Dierenvilla.nl een kattenkrabton bestelde met achteraf betalen. Billink baseert haar vordering op een afleverbewijs van DPD, terwijl de consument betwist de bestelling te hebben ontvangen en stelt dat de handtekening niet van hem is.

De kantonrechter toetst de vordering aan het consumentenrecht en stelt vast dat de consument de ontvangst betwist, waardoor Billink de bewijslast draagt. Het afleverbewijs toont niet aan dat de consument zelf heeft getekend of de bestelling daadwerkelijk heeft ontvangen. Door de verzendwijze en versoepelde coronaregels kan de bestelling ook elders zijn afgeleverd.

Daarom is niet komen vast te staan dat de consument de bestelling heeft ontvangen en is de vordering niet opeisbaar. De vordering wordt afgewezen en Billink wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot betaling van €149 wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van aflevering.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 9814275 \ CV EXPL 22-2183
Vonnis van 30 augustus 2022
in de zaak van
BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Billink,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- de akte van Billink.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De kantonrechter gaat bij de beoordeling van het geschil uit van de volgende feiten die tussen partijen vaststaan omdat ze enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet of niet voldoende zijn betwist.
2.2.
Dierenvilla.nl (hierna: Dierenvilla) voert een webshop met dierenartikelen. Op de website van Dierenvilla kunnen klanten via postorder een bestelling plaatsen.
2.3.
Billink is een aanbieder van een achteraf betaalmethode en heeft daartoe een overeenkomst gesloten met Dierenvilla. Bij klanten van Dierenvilla die kiezen voor de achteraf betaalmethode, wordt de geldvordering van Dierenvilla op die klanten gecedeerd aan Billink.
2.4.
[gedaagde] heeft in juni 2021 via internet een kattenkrabton bij Dierenvilla besteld, waarbij hij ervoor heeft gekozen om achteraf te betalen aan Billink.
2.5.
Billink heeft [gedaagde] op 28 juni 2021 een factuur van € 149,00 gestuurd. [gedaagde] heeft het factuurbedrag niet betaald.

3.Standpunten van partijen

3.1
Billink vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 149,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten. Volgens Billink heeft [gedaagde] de bestelling ontvangen, zodat hij de koopsom verschuldigd is. Billink heeft daartoe een afleverbewijs van DPD overgelegd. Billink stelt dat de regels die gelden voor de aflevering van bestellingen tijdens de coronaperiode zijn versoepeld, waardoor de postbezorger mogelijk zelf voor ontvangst van de bestelling heeft getekend.
3.2.
[gedaagde] betwist dat hij de bestelling heeft ontvangen. Daarom wil hij de factuur niet betalen. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij op het moment van de vermeende aflevering niet thuis was en dat de handtekening op het afleverbewijs niet van hem afkomstig is. Hij heeft deze kwestie in 2021 ook gemeld bij Dierenvilla.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter heeft bij de beoordeling van de vordering eerst ambtshalve getoetst aan het dwingende consumentenrecht. Deze toets geeft op basis van de huidige stand van zaken in de rechtspraak geen aanleiding de vordering af te wijzen.
4.2.
Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] aan Billink een bedrag verschuldigd is uit hoofde van de koopovereenkomst.
4.3.
Op grond van artikel 7:26 lid 2 BW Pro moet de koopsom in beginsel worden betaald ten tijde van de aflevering. [gedaagde] betwist dat hij de bestelling heeft ontvangen. Daarmee betwist hij de opeisbaarheid van de koopsom. Het is daarom aan Billink om haar stelling dat de bestelling door [gedaagde] is ontvangen en dat de vordering dus opeisbaar is, nader te onderbouwen.
4.4.
Billink heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat [gedaagde] de bestelling heeft ontvangen. Billink heeft haar stelling weliswaar onderbouwd met een ‘proof of delivery’ van DPD, maar hieruit volgt niet dat de bestelling daadwerkelijk aan [gedaagde] is afgeleverd. Hoewel [gedaagde] erkent dat zijn adres op het in het geding gebrachte afleverwijs is vermeld, heeft hij gemotiveerd betwist dat hij voor ontvangst heeft getekend. Uit het afleverbewijs volgt ook niet dat [gedaagde] zelf voor ontvangst heeft getekend. Naar het oordeel van de kantonrechter brengt deze verzendwijze het risico met zich dat de daadwerkelijke aflevering van de bestelling niet kan worden bewezen. Zo valt niet uit te sluiten dat de bestelling elders is afgeleverd of buiten is achtergelaten en door een derde is meegenomen. Dit risico dient voor rekening van de afzender van de bestelling te komen. Dat tijdens de coronaperiode omtrent de bezorging van bestellingen versoepelde regels golden, maakt dat niet anders. De kantonrechter betrekt hierbij ook dat [gedaagde] van het begin af aan de gestelde levering heeft betwist.
4.5.
Op grond van het voorgaande is niet komen vast te staan dat de bestelling bij [gedaagde] is afgeleverd, zodat de opeisbaarheid van het gevorderde bedrag van € 149,00 evenmin is komen vast te staan. De vordering zal dan ook worden afgewezen.
4.6.
Billink zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden tot op heden vastgesteld op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter
- wijst de vordering af;
- veroordeelt Billink in de kosten van de procedure aan de zijde van [gedaagde] tot op heden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Baarsma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2022.
42770