Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- terwijl de duisternis was ingetreden en/of
- terwijl het zicht op de weg beperkt werd door laaghangende mist,genoemde weg te berijden met een snelheid van (ongeveer) 76 kilometer per uur, althans met een snelheid hoger dan de ter plaatse geldende maximum- snelheid van 50 kilometer per uur, althans een snelheid die hoger was dan was toegestaan en/of gelet op de omstandigheden ter plaatse verantwoord was, en/of (daarbij) tijdens het besturen van het motorvoertuig gebruik te maken van zijn, verdachte's telefoon, althans zich bij het besturen zich af te laten leiden door zijn, verdachte's telefoon, waardoor een aanrijding/botsing is ontstaan met een fiets, bestuurd/bereden door [slachtoffer] , die zich toen aldaar voortbewoog in dezelfde richting als het door hem, verdachte, bestuurde motorvoertuig tengevolge waarvan genoemde [slachtoffer] (op 1 maart 2021) aan de gevolgen van bedoelde aanrijding/botsing is overleden/werd gedood;
Beoordeling van het bewijs
geentelefoon gebruikte ten tijde van het ongeval.
Bewezenverklaring
- terwijl de duisternis was ingetreden en
- terwijl het zicht op de weg beperkt werd door laaghangende mist,
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
zeeronvoorzichtig en onoplettend en dan is een gevangenisstraf op zijn plaats. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de officier van justitie een deels voorwaardelijke gevangenisstraf gevorderd.
aanmerkelijkonvoorzichtig rijgedrag. De raadsman heeft daarom gepleit voor de oplegging van een forse taakstraf. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf past niet bij deze mate van schuld en heeft volgens de raadsman financiële gevolgen voor het bedrijf van verdachte, het personeel en de psychotherapie die verdachte volgt en dringend nodig heeft. Ook heeft hij inkomsten nodig om aan de financiële verplichtingen te voldoen die voortvloeien uit het ongeval. Ook een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf zou geen recht doen aan de ernst van het feit.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een taakstraf voor de duur van 240 uren.
2 jaar.
1 jaarniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.