De rechtbank Noord-Nederland behandelde twee aan elkaar verbonden zaken betreffende een minderjarige die sinds 2020 bij pleegouders woont onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI). De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om beëindiging van het ouderlijk gezag en benoeming van de GI als voogd, terwijl de GI verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing vroeg.
De ouders, beiden met persoonlijke problematiek en kwetsbaarheden, stemden inmiddels in met de uithuisplaatsing en het verblijf van de minderjarige bij de pleegouders. De rechtbank constateerde dat de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd en dat de ouders niet volledig in staat zijn de opvoedverantwoordelijkheid te dragen. Toch is onvoldoende onderzocht of de zaak kan worden overgedragen naar hulpverlening in het vrijwillig kader, waarbij ouders hun gezag kunnen behouden.
Daarom besloot de rechtbank de beslissing over het gezag aan te houden voor een periode van negen maanden, waarin de GI onderzoek doet naar de mogelijkheden voor casemanagement vanuit het vrijwillig kader. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing werden verlengd tot 6 juli 2023. Een nieuwe mondelinge behandeling is gepland om de onderzoeksresultaten te bespreken.