ECLI:NL:RBNNE:2022:3445
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen sprake van ongekend onrecht bij verlaging bijstand wegens kostendeler
De zaak betreft een geschil over de toepassing van de kostendelersnorm in de Participatiewet. Eiseres kreeg vanaf 1 februari 2021 een verlaging van haar bijstand omdat een man met haar instemming op haar adres stond ingeschreven. Eiseres stelde dat het slechts een postadres betrof en dat zij pas op 13 augustus 2021 correct had laten uitschrijven, nadat zij op 26 april 2021 een verkeerd mailadres had gebruikt voor haar verzoek tot uitschrijving.
De gemeente had de bijstand per 1 februari 2021 verlaagd naar de kostendelersnorm en pas per 13 augustus 2021 weer verhoogd naar de norm voor een alleenstaande. Eiseres vond dat zij onterecht circa duizend euro misliep en verwees naar het rapport 'ongekend onrecht'. De gemeente stelde dat zij coulant was geweest door de bijstand niet geheel stop te zetten, ondanks onduidelijkheid over de woonsituatie en het niet reageren van eiseres op verzoeken om informatie.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 12 februari 2021, waarbij de bijstand werd verlaagd, onherroepelijk is omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt. De periode van beoordeling loopt daarom van 26 april tot 13 augustus 2021. De rechtbank vond dat eiseres zelf verantwoordelijk was voor het gebruik van een verkeerd mailadres en dat de woonsituatie onduidelijk bleef. De gemeente was voldoende coulant geweest door niet geheel te stoppen met bijstand maar te rekenen met de kostendelersnorm.
Er was geen sprake van een kleine administratieve vergissing zonder meer, maar van een situatie waarin eiseres onvoldoende medewerking verleende. De rechtbank concludeerde dat geen ongekend onrecht was gepleegd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlaging van de bijstand op grond van de kostendelersnorm.