ECLI:NL:RBNNE:2022:3488
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- J. Boerlage -van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen locatieverbod en overplaatsingsbesluit asielzoeker
Verzoeker, een vreemdeling, is door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) geïnformeerd dat hij het terrein van de opvanglocatie in Burgum niet mag betreden vanwege een locatieverbod dat samenhangt met zijn plaatsing in de Handhaving en Toezichtlocatie (HTL). Verzoeker maakte bezwaar tegen het locatieverbod en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de inbreuk op zijn gezinsleven ongedaan te maken.
De rechtbank overweegt dat het locatieverbod geen zelfstandig besluit is maar voortvloeit uit het overplaatsingsbesluit naar de HTL, dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 is genomen. Het locatieverbod is een gevolg van het overplaatsingsbesluit en kan door de vreemdelingenrechter worden beoordeeld in het kader van het beroep tegen dat besluit. Het locatieverbod zelf is geen besluit waartegen bezwaar en beroep openstaan.
Verzoekers betoog dat het locatieverbod een feitelijke handeling is waartegen bezwaar mogelijk is, wordt verworpen. De rechtbank stelt dat voor verzoeker een adequate bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat via het beroep tegen het HTL-besluit. Het bezwaar tegen het locatieverbod is daarom niet-ontvankelijk en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. Boerlage -van den Bosch op 6 september 2022, zonder dat een openbare zitting heeft plaatsgevonden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het locatieverbod wordt afgewezen omdat het geen zelfstandig besluit betreft en beroep openstaat tegen het overplaatsingsbesluit.