Eisers ontvingen sinds 2010 een bijstandsuitkering. Na een melding van een hennepkwekerij bij hun woning trok het college van burgemeester en wethouders van Oldambt de uitkering over de periode januari tot mei 2018 in en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug. Eisers maakten bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en beval een nieuwe beslissing op bezwaar.
Bij het nieuwe besluit werd een deel van de vordering verminderd, maar eisers bleven in beroep omdat verweerder geen volledige heroverweging had uitgevoerd en de procedure onredelijk lang duurde. Verweerder overhandigde de gevraagde onderliggende stukken pas twintig minuten voor de zitting, waardoor een inhoudelijke beoordeling onmogelijk werd gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat dit de tweede keer was dat verweerder niet aan zijn verplichtingen voldeed, waardoor het beroep gegrond werd verklaard, het bestreden besluit werd vernietigd en het primaire besluit werd herroepen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.