ECLI:NL:RBNNE:2022:3540
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen huwelijk vastgesteld tussen partijen met internationale aspecten
Partijen verzochten de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen en de echtscheiding uit te spreken. De vrouw stelde dat zij in het buitenland in 2016 getrouwd waren, hetgeen de man betwistte. De rechtbank onderzocht de rechtsmacht en toepasselijk recht, waarbij werd vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is.
De vrouw bracht een verklaring onder ede in als bewijs van het huwelijk, verwerkt in de Basisregistratie Personen. De man leverde bewijsstukken waaruit blijkt dat hij gescheiden is en de vrouw ongehuwd. De rechtbank concludeerde dat niet is komen vast te staan dat er een traditionele huwelijksceremonie in het buitenland heeft plaatsgevonden en dat zelfs indien die had plaatsgevonden, deze niet rechtsgeldig was volgens het buitenlandse recht omdat geen bekrachtiging bij een sharia-rechtbank heeft plaatsgevonden.
Daarom verklaarde de rechtbank partijen niet-ontvankelijk in hun verzoeken tot echtscheiding en voorlopige voorzieningen. Tevens gaf de rechtbank een verklaring voor recht dat er geen rechtsgeldig huwelijk tussen partijen is geweest. Verzoeken van de man tot vaststelling van vaderschap en gezag werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. De proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoeken omdat geen rechtsgeldig huwelijk is vastgesteld.